• Tentoonstellingen
  • Collecties
  • Publicaties
  • Over
Academisch Erfgoed
  • Tentoonstellingen
  • Collecties
  • Publicaties
  • Over

TU Delft Library

Prometheusplein 1
2628 ZC Delft
The Netherlands
Contact en bereikbaarheid

The Collecting of Science // The Science of Collecting

Introductie

The Collecting of Science // the Science of Collecting

De TU Delft heeft in de loop van haar bijna 185-jarige bestaan rijke en gevarieerde historische collecties opgebouwd, die de ontwikkeling van de universiteit, technisch onderzoek en onderwijs weerspiegelen. Een deel hiervan wordt centraal beheerd door de TU Delft Library, maar een groot deel ligt bij de verschillende faculteiten. Ze beslaan de hele breedte van de universiteit, van maquettes en kristalmodellen tot telefooncentrales en satellieten.   

De Library is in opdracht van het College van Bestuur het Programma Maatwerk Facultaire Collecties gestart om de faculteiten te ondersteunen bij het professionaliseren van het beheer en gebruik van deze collecties.  

Tussen 2022 en 2026 heeft het Programma Maatwerk Facultaire Collecties vanuit de TU Delft Library de verschillende faculteiten geadviseerd en ondersteund op het gebied van hun collecties. Deze tentoonstelling is de afsluiting van het programma en toont de zeer verschillende objecten, collecties en verhalen die het team in die tijd is tegengekomen.

TU Delft Library

De wetenschap van het verzamelen

Gedurende haar bijna 185-jarige bestaan heeft de TU Delft een rijke verscheidenheid aan historische objecten verzameld. Deze objecten weerspiegelen de ontwikkeling van de universiteit, evenals het technisch onderzoek en onderwijs dat hier plaatsvindt. Sommige objecten worden centraal beheerd door de TU Delft Library. De rest bevindt zich in de faculteiten. Van telefooncentrales tot satellieten: samen tonen de objecten in de collecties de breedte van de vakgebieden op campus. Maar wanneer wordt een verzameling objecten een collectie? Bij een collectie gaat het om meer dan objecten met een gedeelde geschiedenis of locatie – een collectie moet tastbaar zijn, met een duidelijk doel en heldere grenzen. De afgelopen vier jaar heeft het programma Maatwerk Facultaire Collecties gewerkt aan het transformeren van de historische facultaire verzamelingen tot officiële collecties van de TU Delft. 

Dit was geen eenvoudige opdracht. Zo moesten de objecten eerst worden gevonden: een langdurig proces waarbij vele dozen en kelderdeuren van faculteiten zijn geopend. Toen de objecten eenmaal gevonden waren, moest er informatie over de vondsten worden verzameld door in gesprek te gaan met universiteitsmedewerkers en externe experts. Pas nadat elk object was geïdentificeerd, konden collecties worden gedefinieerd en konden de voorwerpen worden geregistreerd, gefotografeerd en opgeslagen in geschikte ruimtes.

Geactiveerde collecties

De TU Delft is geen museum. Dit betekent dat de collecties op de campus niet bedoeld zijn om alleen maar tentoongesteld te worden, maar juist om actief te gebruiken in onderwijs en onderzoek. Hoewel sommige objecten altijd te kwetsbaar zullen blijven om in een collegezaal rondgegeven te worden, bevatten de meeste collecties op campus objecten die bedoeld zijn om te worden aangeraakt. 

Sommige collecties zijn erop gericht om gebruikers een gevoel te geven voor het onderwerp, zoals de historische apparatencollectie bij de faculteit Industrieel Ontwerp, of de vliegtuigonderdelen bij Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek. Andere zijn bedoeld als visueel hulpmiddel, zoals de collecties moleculaire modellen bij de faculteiten Mechanical Engineering en Civiele Techniek en Geowetenschappen. Weer andere zijn gemaakt door studenten zelf, zoals de handtekening en maquettes die gemaakt zijn binnen voor vakken aan de faculteit Bouwkunde. Wat deze collecties samen laten zien, is een divers landschap van successen en mislukkingen, van hoe ontwerpen zich ontwikkelden door middel van experimenten en observatie, en van de positie van de universiteit en haar onderzoek in de bredere samenleving.

Het verzamelen van wetenschap

Het is lastig om wetenschap te vangen in slechts één object. Ten eerste, het onderzoeksproces staat zelden op zichzelf. De uitkomst van een experiment is soms wel iets dat je kan vastpakken en verzamelen, maar hoe kan dat ene object de samenwerking van onderzoeksteams, het bredere veld, bedrijven en instituties verbeelden? En ten tweede, steeds vaker zijn moderne wetenschappelijke objecten niet meer dan een zwarte of zilveren doos, waarvan de functie nauwelijks inzichtelijk is voor het publiek.  

Er zijn ook nog andere uitdagingen rondom tastbaarheid. Wetenschap werkt vaak op een schaal die niet zichtbaar is voor het blote oog – of microscopisch klein of ondenkbaar groot, terwijl resultaten ook vaak digitaal zijn. Denk aan onderzoeksdata, computerberekeningen, grote digitale modellen: hoe kan deze complexe en immateriële kant van wetenschap verzameld worden? 

Een mogelijke oplossing is het geven van de context van het object, met tekst, grafieken of afbeeldingen. Hier worden verschillende wetenschappelijke objecten en ontastbare samenwerkingen getoond. Kan jij raden zonder de teksten te lezen waar de objecten voor gebruikt zijn? Of zelfs maar van welke faculteit ze komen? Klik op de afbeeldingen en lees de tekst. En, had je het goed? Hoe zou jij deze objecten presenteren om hun complexe verhalen zichtbaar te maken?

Faculteit Technische Natuurwetenschappen

Aligneermethode van A.C.S. van Heel

"Licht komt altijd van links, behalve als het van rechts komt"

Geschiedenis van de aligneer methode

Professor dr. Abraham “Bram” van Heel (1899-1966) ontwikkelde zijn aligneermethode tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze was gebaseerd op het dubbele spleetexperiment van Young (1803) en de theorie van Fresnel (1816), die het golfgedrag van licht met een dubbele spleet aantoonde. Van Heel paste zijn aligneer methode tijdens de wederopbouw toe om de Hedelse brug met een overspanning van 126 m sneller te kunnen herbouwen. Met de aligneer methode werd de positie van de brugboog en de posities van de oplegpunten op de brugpijlers tot op tienden van een millimeter nauwkeurig bepaald. Dit betekende dat de brug gelijktijdig op twee verschillende locaties kon worden gebouwd - de pijlers in Hedel en het brugdeel in Delft- waardoor de bouwtijd met maanden werd verkort.

Uitleg aligneermethode

De voorliefde van Van Heel voor eenvoudige en praktische oplossingen heeft uiteindelijk geleid tot een zeer nauwkeurige aligneermethode. Zijn filosofie van "doe het met eenvoudige middelen" komt duidelijk terug te zien in de manier waarop hij zijn methode heeft toegepast. Van Heel was niet tevreden met de destijds gangbare uitlijnmiddelen, die konden variëren van een staaldraad tot optische instrumenten die voornamelijk uit Duitsland kwamen weliswaar van goede kwaliteit maar zeer kostbaar.

Ondanks de kwaliteit van de apparaten werden die metingen beïnvloed door aberraties (lensfouten) en lichtbuiging (diffractie). Zijn eveneens gebruikelijke motto: “maak van je vijanden je vrienden” is ook hier van toepassing. De aligneermethode werkt door gebruik te maken van deze optische fenomenen.

Met behulp van een “zoneplaat” met concentrische cirkels lijnde Van Heel drie punten – het bronpunt, een evenwijdige zoneplaat en het dradenkruis bij een oculair – op een rechte lijn uit. De zoneplaten creëren een interferentiepatroon dat een zeer nauwkeurige uitlijning mogelijk maakt. Wanneer licht rechtstreeks op de zoneplaat schijnt, vormen de stralen een cirkelvormig interferentiepatroon. Wanneer het dradenkruis zich in het midden van deze cirkels bevindt, zijn alle drie de punten uitgelijnd. Door de plaatsing van het raster kan een perfecte lijn worden gecreëerd om twee punten uit te lijnen, zoals de twee helften van een brug.

Faculteit Bouwkunde

arrow
Studiecollecties bij A&BE

Maak kennis met de studieverzamelingen van de faculteit A&BE. Deze collecties maken deel uit van het erfgoed van de faculteit, maar zijn nog altijd relevant voor het onderwijs en onderzoek van vandaag. In de faculteit zijn verschillende collecties permanent te zien.

De vitrines in ‘De Straat’ op de begane grond tonen zowel resultaten uit het onderwijs als verschillende facultaire collecties. Een vitrine bij de ingang van de bibliotheek fungeert als kijkdepot voor historische objecten uit de collectie Handtekenen. Deze vormt een aanvulling op de Stoelencollectie en de Tijdlijn van de faculteit, waarin verschillende museumstukken uit de erfgoedcollectie in hun juiste historische context worden geplaatst.

arrow
Actieve collecties

De collecties zijn afkomstig uit onderwijs of onderzoek aan de faculteit en weerspiegelen verschillende interessegebieden en onderwijsmethoden die specifiek zijn voor deze faculteit. De collecties worden nog steeds gebruikt, in onderwijs, museumtentoonstellingen en voor onderzoek.

arrow
Stoelen in educatie
Tijdens de Minor Spaces of Display bestudeerden studenten 20 stoelen. Het project kende vier fasen: onderzoek naar de historische context van de stoel, het ontwerpen van meubels passend bij de stoel, het ontwerpen van een binnenruimte eromheen, en uiteindelijk het creëren van een tentoonstelling van de resultaten in het Theater De Veste in Delft. Deze poster maakte deel uit van de eindtentoonstelling in Theater De Veste, Delft, jan-feb 2026.
Collectie handtekenen

Het gelaagde landschap van het coulisselandschap van de Achterhoek, een regio in het oosten van Nederland, inspireerde een scriptie die in de jaren zeventig werd geschreven aan de faculteit Architectuur van de TU Delft, door een student genaamd Jacques van der Harten. Voor deze scriptie maakte hij vijf tekeningen om het coulisselandschap rond Woold, een gemeente nabij de Duitse grens, te documenteren. Van der Harten koos het onderwerp omdat hij vond dat de discipline landschapsarchitectuur ontbrak in het curriculum, en hij wilde een landschap documenteren dat het risico liep te verdwijnen.  

De tekeningen bevinden zich nu in het archief van de afdeling Handtekenen van de faculteit. In deze serie posters onderzoekt studente Kirsten Treure hun historische context, waarbij ze de geschiedenis van het handtekenonderwijs schetst, de introductie van Landschap als discipline aan de TU Delft en hoe het onderwijs eruitzag in de tijd van Van der Harten. Dit studentenonderzoeksproject, geïnspireerd door de tekeningen van Van der Harten, laat zien hoe de geschiedenis van docenten een actief onderdeel kan worden van het huidige onderwijs in het MSc-scriptievak.

arrow
Maquettes in educatie

Maquettes spelen een belangrijke rol in het onderwijs aan de Faculteit Bouwkunde. De collectie blijft groeien, onder andere door onderwijsprojecten. Binnen het onderwijs van de faculteit worden fysieke modellen vaak ingezet als instrument voor ontwerp en onderzoek. Voor sommige studio’s vormt het maken van modellen zelfs een essentieel onderdeel van hun ontwerp- en onderzoeksfilosofie.

De faculteit draagt daarnaast bij aan en organiseert tentoonstellingen in musea en andere locaties. Modellen die voor deze grotere tentoonstellingsprojecten worden gemaakt, worden vervaardigd in de eigen werkplaats van de faculteit en maken vaak na afloop ook deel uit van de collectie.


Faculteit Techniek, Bestuur en Management

Wat vertelt dit object? Een meerstemmige kijk op technisch erfgoed

Wat betekent technisch erfgoed voor een toekomstgerichte faculteit als Techniek, Bestuur en Management?

Geschiedenis plaatst hedendaagse processen in een bredere context. Verandering wordt niet alleen gedreven door technologische doorbraken, maar ook door de sociale, culturele en politieke context waarin ze plaatsvinden. Juist dit brede perspectief biedt inzicht in de factoren die fenomenen hebben gevormd tot wat ze zijn.

Welke verhalen kan dit object vertellen? Vier TBM-experts delen hun inzichten, met deze vroege draagbare computer als uitgangspunt: de Sharp PC-7000 (1985, uit de studieverzameling van de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica).

Genesis of the Digital Age

by Prof.dr.ir. Nitesh Bharosa

The Liberatory Promise of the Personal Computer

by Dr. Seda Gürses

First We Shape Technology, Then Technology Shapes Us

by Prof. dr. Jeroen van den Hoven

Systems Perspective

by Dr. Anneke Zuiderwijk

Faculteit Civiele Techniek & Geowetenschappen

arrow
Van theodoliet tot satelliet: De ontwikkeling van ruimtelijke dataverwerving

Jan Ebbinge voert meting uit, fotoarchief OTB, foto: Axel Smits.

arrow
Landmeetkunde

De landmeetkunde richt zich op het bepalen van de onderlinge positie van punten op het aardoppervlak. In de 18de en 19de eeuw bereikte dit vakgebied een hoogtepunt, met grootschalige driehoeksmetingen om Nederland in kaart te brengen. Instrumenten zoals theodolieten en tachymeters maakten steeds nauwkeurigere metingen mogelijk.

Het landmeten vormde eeuwenlang de basis voor kaarten, infrastructuur en waterbeheer. Het werk vereiste zorgvuldigheid en inzicht in meetprincipes. Hoewel veel processen tegenwoordig digitaal en geautomatiseerd zijn, blijven deze principes van belang. Ze vormen nog altijd het fundament van metingen binnen de civiele techniek en geowetenschappen. Bij de voorlopers van de TU Delft was landmeetkunde een belangrijk onderdeel van de opleiding.

arrow
Fotogrammetrie

De overgang van traditionele landmetingen naar luchtfotografie in de 20ste eeuw maakte het mogelijk om grote gebieden systematisch in kaart te brengen en driedimensionaal te reconstrueren. Dit heeft verschillende toepassingen binnen de civiele techniek. De combinatie van beelddata en rekenmethoden markeert een belangrijke stap richting digitalisering. Hierdoor konden gegevens beter en op grotere schaal worden verwerkt en ingezet.

Fotogrammetrie wordt binnen de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen niet alleen toegepast in onderzoek, maar ook in onderwijs. Interactieve kaarten en digitale modellen ondersteunen bij het begrijpen van complexe relaties tussen landschap, proces en ontwerp. Daarmee draagt de techniek bij aan een meer visuele en datagedreven benadering van analyses.

arrow
Remote Sensing

Met de komst van satellieten kon de aarde op wereldschaal in kaart worden gebracht. Hoewel metingen op grote afstand worden uitgevoerd, leveren satellieten meer informatie dan ooit tevoren. Dankzij remote sensing genereren aardobservatiesatellieten een constante stroom aan gegevens over de aarde. Vanuit de ruimte houden zij de planeet voortdurend in de gaten en verzamelen zij informatie over landschappen, steden, water en natuur. Deze gegevens maken het mogelijk om ontwikkelingen te volgen en veranderingen door de tijd heen zichtbaar te maken. Binnen de civiele techniek en geowetenschappen hebben ontwikkelingen op het vlak van big data geleid tot een sterk datagedreven benadering, waarin meten, analyseren en modelleren nauw met elkaar verbonden zijn.

Faculteit Industrieel Ontwerpen

arrow
Study Collections in Education at IDE

Maak kennis met de studiecollecties van IDE.  De faculteit heeft series consumentenelektronica in de collectie van het Henri Baudet Instituut en in de Handteken-collectie, die het onderwijs verrijken.

Deze tentoonstelling ondersteunt de cursus Understanding Design met objecten van het Henri Baudet Instituut. Het doel van deze tentoonstelling is om de abstracte onderwerpen en perspectieven die in de cursus worden onderwezen te verduidelijken door deze te koppelen aan tastbare historische artefacten die op de faculteit zijn verzameld.

Naast deze eerste introductie kun je de collecties verkennen op de mezzanine rond Handtekenen, en in de vitrines beneden bij het HBI-instituut.

Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica

arrow
De oorsprong van de EWI Studieverzameling

In 1969 werd het huidige gebouw van de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (EWI) aan de Mekelweg 4 in gebruik genomen. In de kelder van de laagbouw werd een bescheiden tentoonstelling ingericht, met als belangrijkste onderwerp een grote en unieke verzameling elektronenbuizen. Zo ontstond de Studieverzameling Elektrotechniek. Sinds dat moment vonden historische objecten hun weg naar deze kelder, waaronder objecten die terug - gaan tot de start van elektrotechnisch onderwijs in Delft.

Deze eerste tentoonstelling groeide uit tot een uitgebreide studie - verzameling met circa 40.000 objecten, verdeeld over achttien deelcollecties. Museumwaardige stukken met nationaal belang staan zij aan zij met alledaagse voorwerpen, en vertegenwoordigen vakgebieden zoals meettechniek, beeld en geluid, telefonie, hoogspanning en computers.

arrow
De eerste computers van Nederland

In 1950 bouwde Willem van der Poel als afstudeerproject een van de eerste computers van Nederland. Het project was een opdracht van de hoogleraar optica Abraham van Heel, die ingewikkelde berekeningen aan bijvoorbeeld groothoeklenzen wilde doen. Het apparaat werd voorzien van zo’n 600 telefoonrelais, door het centrale laboratorium van de PTT ‘geleend’. Het apparaat werd ARCO gedoopt: Automatische Relais Computer voor Optica.

Snel was de computer niet. Een optelling duurde 30 seconden en een vermenigvuldiging, deling of worteltrekking duurde 45 seconden. Om die reden kreeg de computer de koosnaam Testudo, naar het Latijnse woord voor schildpad. Tot 1964 was de Testudo in gebruik bij de Technisch Physische Dienst van TNO voor het doorrekenen van lenzen.

arrow
De allernieuwste oplossingen van gisteren

De EWI Studieverzameling staat vol objecten die tegenwoordig groot, onhandig of omslachtig aanvoelen. Maar op het moment van ontwik - keling waren deze objecten het nieuwst en meest baanbrekend.

De 20e eeuw kan worden gekarakteriseerd door de snelle technolo - gische vooruitgang. De Apollo 11-computer die de mensheid op de maan liet landen, had minder geheugen dan een Game Boy die slechts 20 jaar later werd gemaakt. Iedereen die in de tweede helft van de vorige eeuw in deze faculteit werkzaam was, had in principe met elke fase van de computergeschiedenis te maken. Elk van deze ontwikke - lingen – van Testudo tot iPhone – kende een periode waarin ze de meest geavanceerde technologieën waren die de wetenschap kende.

Hier worden voorbeelden gegeven van historische oplossingen voor problemen die tegenwoordig op een heel andere manier worden aangepakt. Kranten prezen rekenmachines van meerdere kilo’s en voorspelden dat het autoverkeer zou afnemen naarmate meer mensen gingen videobellen.

Vergelijk dat met vandaag, waar videobellen aan de orde van de dag is (zonder noemenswaardige afname van het verkeer) en ’s werelds krachtigste rekenmachines in je zak passen. En hoe zal ons beeld van de toekomst er in de komende jaren uitzien?

Erfgoed in onderwijs

Hoe kunnen historische objecten relevant worden gemaakt voor studenten van nu? Waarom zouden studenten naar het verleden moeten kijken? In EE1G1, Inleiding tot de Elektrotechniek, leren studenten eerst waar de computertechnologie vandaan komt. Voordat ze leren programmeren, worden eerstejaarsstudenten meegenomen in de geschiedenis van de computertechnologie zelf, met objecten uit de studieverzameling als referentiepunten.

Rekenlinialen en telramen als vroege hulpmiddelen voor berekeningen, een magnetisch kerngeheugen dat bits opsloeg als kleine gemagnetiseerde ringen, en een mechanische opteller op basis van relais die binaire rekenkundige bewerkingen uitvoerde met elektromechanische schakelaars, decennia voordat transistors bestonden. Het zien en aanraken van deze objecten geeft studenten een tastbaar gevoel van hoe ver en hoe snel de computertechnologie zich heeft ontwikkeld, en plaatst hun eerste regels code in een veel langer verhaal.

Faculteit Mechanical Engineering

De "Millionaire" Rekenmachine: precisietechniek

Deze mechanische rekenmachine, bekend als "The Millionaire", demonstreert het beste van de precisietechniek uit de jaren 1890. Dankzij een ingenieus systeem van tandwielen en nokken was het de eerste (commercieel succesvolle) mechanische rekenmachine die een directe vermenigvuldiging kon uitvoeren, wat de snelheid van complexe berekeningen destijds aanzienlijk verhoogde. In plaats van vermenigvuldiging te berekenen als een lange reeks optellingen, was het mechanisme gebaseerd op een mechanische weergave van de vermenigvuldigingstabel. Wereldwijd werden er tussen 1893 en 1935 ongeveer 5000 van deze machines geproduceerd.

Hortus Botanicus

De Index Seminum

Elk jaar inventariseren botanische tuinen de zaden die in hun eigen tuinen zijn geoogst, evenals eventuele overschotten die tijdens expedities zijn verkregen. Deze informatie wordt gepubliceerd in een ‘Index Seminum’ (Latijn voor ‘ zadenindex’), die vervolgens wordt verspreid onder deelnemende botanische tuinen, arboretums en onderzoeksinstellingen. Zij kunnen vervolgens kosteloos de zaden aanvragen die ze zelf nodig hebben. Het publiceren van een Index Seminum is al eeuwenlang een jaarlijkse taak voor hortussen.

Het verzamelen en delen van zaden is altijd een essentiële manier geweest voor botanische tuinen om divers botanisch materiaal te verkrijgen. Herman Boerhaave hield tussen 1712 en 1727 een ‘Index Seminum Satorum’ bij voor de Hortus Botanicus in Leiden, waarin hij de zaden noteerde die hij van andere tuinen ontving. Deze praktijk werd in de loop van de 18e eeuw gestandaardiseerd, totdat het de jaarlijkse uitwisseling van gepubliceerde indexen werd die tot op de dag van vandaag voortduurt. De TU Delft Hortus Botanicus publiceerde in 1919 haar eerste Index Seminum.

De historische zadenverzameling

Niet alle zaden uit de collecties van de Hortus zijn bedoeld om opgekweekt te worden. Een voorbeeld hiervan is de historische zadencollectie, een bijna complete verzameling zaden die is verzameld van de jaren 1890 tot recentelijk. Tijdens het laagseizoen van de tuin in 2025 hebben medewerkers van de Hortus 12000 flessen met zaden opnieuw gelabeld en meer dan 1100 flesjes omgepakt. Ze hebben de records bijgewerkt en de moderne namen van bijvoorbeeld voormalige koloniale gebieden toegevoegd. Dankzij hun harde werk is de zadencollectie nu toegankelijk voor onderzoekers.

Niet-kiemkrachtige zaden waren oorspronkelijk bedoeld als aanvulling op het herbarium (gedroogde planten) van de Hortus, als onderdeel van de oorspronkelijke functie als ‘technische tuin’ ter ondersteuning van de studie van de technische botanie. Door zaden van dezelfde plant te vergelijken, waarvan de ene een eeuw eerder is verzameld dan de andere, kan men volgen hoe eigenschappen en genetica in de loop der tijd zijn veranderd. Om deze reden blijven zadencollecties een essentiële bron voor het volgen van klimaatgerelateerde veranderingen.

Verzamelen in actie

Zaden kunnen de wereld verenigen. In de jaren veertig hoorden botanici in China berichten over een enorme, onbekende boom in het dorp Modaoxi in het district Luchuan, Hubei. Na bestudering van de verzamelde zaden werd duidelijk dat ze een ‘levend fossiel’ hadden gevonden: een soort die alleen bekend was van fossielen. Tot dan toe werd aangenomen dat de Metasequoia glyptostroboides, ofwel de ‘Chinese mammoet-boom’, al 150 miljoen jaar was uitgestorven.

In juli 1947 financierde de Harvard University een expeditie om Metasequoia-zaden voor hun collectie te verzamelen. De timing bleek gelukkig; het was een van de laatste samenwerkingen tussen Amerikaanse en Chinese botanici voordat de proclamatie van de Volksrepubliek China in 1949 de uitwisseling met het Westen verbood.

Faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek

Theorie in praktijk: de Ariane raketmotor

Deze raketmotor-testunit is ontwikkeld door Volvo in samenwerking met het Europees Ruimteagentschap (ESA). Het is onderdeel van de ontwikkeling en het testen van brandstofformaties, materiaalduurzaamheid en straalbuis ontwerpen voor de eerste trap van het Ariane 4-lanceervoertuig. Door de statische teststand van de motor aan te zetten, kunnen ingenieurs nauwkeurig de fysieke prestaties meten, de betrouwbaarheid van het systeem controleren en technische modellen valideren. Het complexe netwerk van leidingen, kleppen en instrumentatie stelt ingenieurs in staat om de operationele omstandigheden tijdens experimentele runs nauwlettend te monitoren en aan te passen, waardoor essentiële gegevens werden verzameld voor de vooruitgang van de Europese rakettechnologie.

College van Bestuur

Samen sterk: innovatie is samenwerking

Wetenschap is teamwork, en is zelden mogelijk in een vacuüm. Het creëert een netwerk, tussen onderzoeksteams, professoren en promovendi, en binnen de universiteit met haar technici, ondersteunend personeel en onderzoekscollecties. Het verbindt ook collega's van het vakgebied, bedrijven en onderzoeksinstellingen. Wetenschap creëert een ononderbroken lijn, waarbij voortdurend voortgebouwd wordt op eerdere theorieën om tot het volgende idee te komen.

De collecties van de TU Delft zijn ouder dan de universiteit zelf. Ze tonen de lange en onderling verbonden geschiedenis van samenwerking tussen verschillende onderzoeksgebieden, tussen universiteit en instellingen, tussen verleden en heden. Veel van deze collecties waren echter verwaarloosd en dreigde verloren te gaan. De afgelopen vier jaar heeft het Library programma Maatwerk Facultaire Collecties eraan gewerkt om deze collecties en hun verhalen weer tot leven te wekken.

Essentiele elementen

De elektronenbuis, ook wel radiobuis of vacuümbuis genoemd, was een essentieel onderdeel van elektronische schakelingen gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw. Toen de Amerikaan Lee de Forest (1873-1961) in 1906 de triode elektronenbuis uitvond, werd het mogelijk om elektrische stroom te manipuleren, en belangrijker nog te versterken. De buizen werden gebruikt in een breed scala aan apparaten, maar met name in meetapparatuur, radio’s en tv’s (“beeldbuizen”).  

Daarna werden er belangrijke verbeteringen gemaakt. Alumnus en later professor, Bernardus D.H. Tellegen (1900-1990), die werkte bij het Natuurkundig Laboratorium (NatLab) van Philips, ontwierp de meest significante, de penthode. Deze elektronenbuis, met vijf elektroden in plaats van de oorspronkelijke drie, werd gebruikt in Philips' eerste radio-ontvanger en werd later in vrijwel elke radio of versterker toegepast. Vanaf 1950 werden de meeste elektronenbuizen langzaam maar zeker vervangen door transistoren, waardoor apparatuur lichter en sneller werd.  

De TU Delft beheert een grote en zeer unieke collectie elektronenbuizen, die de ontwikkeling van dit essentiële element in al zijn vormen en maten toont. De collectie is nauw verbonden met onderzoek van de afdeling Elektrotechniek in Delft en een mooi voorbeeld van samenwerking met het bedrijfsleven.

Nederlands ontwerp

Veel van de ontwikkelingen aan de universiteit weerspiegelen maatschappelijke veranderingen en vice versa, soms op onverwachte manieren.  De stoel ontworpen door Gerrit T. Rietveld (1888 – 1964) - afkomstig uit de stoelencollectie van de faculteit Architectuur - wordt hier gecombineerd met een testmodel van de Fokker F27-Friendship, dat in de jaren vijftig ontworpen en getest is aan de faculteit Lucht- en Ruimtevaarttechniek. 

Zowel de Fokker F27 als de Rietveld stoelen behoren tot de iconen van Dutch Design; in 2006 won de Fokker F27 de verkiezing voor "Beste Nederlandse Design” van NCR Handelsblad. Maar de verbinding gaat nog verder: Rietveld ontwierp zelfs een interieur voor de F27, inclusief zijn beroemde kleurenschema, alhoewel uiteindelijk een ander ontwerp werd gekozen en uitgevoerd.  

Het vliegtuig was natuurlijk niet alleen mooi: de sterke structuur en het vleugel ontwerp zorgde ervoor dat het geschikt was voor zeer verschillende weersomstandigheden. De eerste vloog in 1955 en uiteindelijk werd het een van de meest succesvolle vliegtuigen in zijn soort. Tegenwoordig zijn zowel het vliegtuigmodel als de stoel onderdeel van studiecollecties aan de TU Delft en inspireren ze huidige en toekomstige studenten.

Op-maat gemaakte instrumenten

Een wetenschapper is niets zonder zijn instrumenten, die de wereld in een nieuw perspectief tonen. Onderzoekers en instrumentenmakers werken vaak nauw samen om instrumenten precies volgens hun specificaties te krijgen, zoals blijkt uit de instrumentenwerkplaatsen van de vele werkplaatsen nu nog binnen de TU Delft. Dit heeft niet alleen invloed op het onderzoek van de universiteit, maar ook op het onderwijs van toekomstige generaties.

Dr. Carolina (Lili) E. Bleeker (1897 – 1985) was een optisch wetenschapper en natuurkundige uit de eerste helft van de 20e eeuw. Ze trotseerde genderverwachtingen van die tijd door in 1931 de Nederlandse Optiek en Instrumentenfabriek Dr. C.E. Bleeker (Nedoptifa) op te richten. Haar fabriek in Zeist produceerde de fasecontrastmicroscoop die Zernike in 1953 de Nobelprijs opleverde. Ze werkte ook nauw samen met wetenschappers van TU (destijds TH) Delft, die veelvuldig gebruik maakte van haar optische instrumenten.

Imperfectie voorspeld

Soms heb je familie nodig om een probleem op te lossen, of op zijn minst een goede collega. TU Delft (toen TH) prof. dr. W. G. Burgers (1897-1988) was een vooraanstaande wetenschappen van de fysische chemie, later bekend als materiaalwetenschappen. Zijn nog bekendere broer J.M. Burgers (1895-1981) was natuurkundige en ook professor in Delft, en later aan de University of Maryland (VS).

Hun uitdaging: het oplossen de onvoorspelbare imperfectie van materialen. Op het eerste gezicht lijken kristallen perfect geordend, met atomen die in herhalende patronen zijn gerangschikt. Toch schuilen onder deze schijnbare regelmaat kleine structurele onregelmatigheden, bekend als dislocaties - defecten die het gedrag van materialen diepgaand beïnvloeden.

Colofon

Colofon

Deze expositie is mogelijk gemaakt door  

TU Delft Library 
Programmateam Maatwerk Facultaire Collecties 
Team Academisch Erfgoed, Geschiedenis en Kunst (AHHA) 

Fotografie
Johannes Schwartz 
Met bijdragen van Bas Czerwinski, Nico te Laak, Geertje van Achterberg en Jan van der Heul 
Tentoonstellingsfotografie Nico te Laak 

Film 
CvB: Eric te Berg 
Library: New Media Centre 

Grafisch ontwerp fysieke tentoonstellingen
Vanessa van Dam en Adriaan van Mellegers 

Drukwerk
Omber Reclame 

Met dank aan
EWI Studieverzameling 
Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica 
Faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen 
Stichting De Hollandse Cirkel 
Faculteit Mechanical Engineering 
Faculteit Technische Bestuurskunde en Management 
Hortus Botanicus 
Museumcollectie TU Delft Library  
Maquette en Stoelencollectie Faculteit Bouwkunde 
Faculteit Bouwkunde 
Optica collectie, Faculteit Technische Natuurwetenschappen 
Studieverzameling Faculteit Lucht- en Ruimtevaart  
Faculteit Lucht- en Ruimtevaart     
Studiecollectie Henri Baudet Instituut, Faculteit Industrieel Ontwerp 
Faculteit Industrieel Ontwerp 

En allen betrokkenen in de diverse faculteiten voor het meelezen, meedenken en meewerken.